Kiezen of verliezen. Naar een industrie die past in een toekomstbestendig Nederland 

Op 29 januari heeft de Wetenschappelijke Klimaatraad het advies ‘Kiezen of verliezen'. Naar een industrie die past in een toekomstbestendig Nederland’ gepubliceerd. In het advies gaat de WKR in op de cruciale keuzes die nodig zijn om de Nederlandse energie-intensieve industrie toekomstbestendig te maken. Kern van het advies: zonder een structurele transformatie van de industrie, steun voor specifieke sectoren en betere betrokkenheid van de samenleving is er voor de energie-intensieve industrie onvoldoende ruimte.  

Beeld: Foto: sutthichai

De energie-intensieve industrie staat onder druk

Met het huidige beleid haalt Nederland de klimaatdoelen niet, komt er geen verdienmodel voor duurzame productie van de grond en innoveert de industrie te weinig. Daarnaast neemt het concurrentievermogen van de energie-intensieve industrie af en staat door vervuiling de acceptatie van de samenleving onder druk. Maar het kan anders. Voor een toekomstbestendige industrie zijn politieke keuzes onvermijdelijk: welke industrietakken dragen bij aan het verdienvermogen en aan de brede welvaart van een klimaatneutraal Nederland, terwijl we een relevante bijdrage leveren aan Europese strategische autonomie?

Bijdrage aan klimaatdoel

Nederland heeft een omvangrijke energie-intensieve industrie die cruciale producten maakt, voornamelijk voor de Nederlandse en Europese markt: van kunstmest tot plastics en van vliegtuigbrandstoffen tot staal. Deze industrie is vrijwel volledig afhankelijk van fossiele brandstoffen en daardoor verantwoordelijk voor bijna een kwart van de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van de energie-intensieve industrie is de afgelopen 15 jaar nauwelijks verminderd. De noodzaak voor de industrietransitie wordt dus steeds groter, ook met het oog op het doel om in 2050 netto geen CO2 meer uit te stoten. 

Kiezen voor toekomstperspectief

De volledige Nederlandse energie-intensieve industrie in haar huidige vorm en omvang klimaatneutraal maken is geen optie. Er is onvoldoende plek, publieke middelen, arbeid, elektriciteit en milieuruimte beschikbaar. Daarom is kiezen voor die industrietakken die toekomstperspectief hebben en deze met gericht beleid steunen noodzakelijk. Dat betekent ook stoppen met actieve steun voor industrie die daar niet in past. Het Europese klimaatbeleid, onder meer via het emissiehandelssysteem dat voor de industrie van groot belang is, moet in stand gehouden worden. Er is beleid nodig dat stuurt en ondersteunt bij vraagcreatie, nieuwe duurzame industrie en infrastructuur. Daarbij moet de overheid rekening houden met vestigingsfactoren die aan verandering onderhevig zijn, als gevolg van de klimaattransitie wereldwijd. Denk aan de beschikbaarheid van gerecycled plastic, de potentie van wind op zee en de energieprijzen.

Maatschappelijke transitie

Deze keuzes zullen grote impact hebben op de Nederlandse economie en samenleving. De keuzes zijn dan ook niet alleen technisch of economisch van aard, maar ook sociaal en ecologisch. De belangen van de samenleving als geheel moeten worden meegewogen, zoals op gebied van gezondheid, werkgelegenheid en strategische autonomie. Het is cruciaal dat een brede groep betrokken wordt bij de strategische besluitvorming over de toekomst van de industrie. In plaats van besluitvorming waarbij industrie en overheid nauw samenwerken en anderen bij belangrijke beslissingen de facto buitensluiten, moeten maatschappelijke belangen expliciet meegenomen worden en moeten mensen zich gehoord voelen. Een rechtvaardige transitie met kans van slagen vereist dat mensen voldoende invloed hebben op hun leefomgeving en die ook op strategisch niveau mede kunnen vormgeven. Het transformeren van de industrie vraagt om erkenning van alle belangen en gevolgen, eerlijkheid over de onzekerheden en - bovenal - politieke moed.

Beeld: © WKR / WKR

Wat moet ‘groen industriebeleid’ bewerkstelligen?

  1. Het begint met kiezen voor een toekomstbestendige industrie. De samenleving en het bedrijfsleven hebben duidelijkheid nodig. Ze moeten kunnen vertrouwen op de richting van de industriële transformatie. Beleid moet dan ook consistent zijn en een duidelijke richting geven aan duurzame productie.  

  1. Het beleid zorgt voor een groen verdienmodel voor de energie-intensieve industrie. Duurzame basismaterialen kunnen nu nog niet goed concurreren met fossiel geproduceerde basismaterialen. De kostprijs is hoger en de meerkosten kunnen niet worden doorberekend, vanwege een lage winstmarge en concurrentie op prijs. Beleid moet ervoor zorgen dat klimaatkosten worden meegenomen in de concurrentie tussen duurzame en fossiele materialen, zodat de overstap naar duurzame materialen aantrekkelijk wordt.  

  1. De keuzes worden gemaakt vanuit brede welvaart. De transformatie naar de industrie van de toekomst is een proces van ‘creatieve destructie’, waarbij het verdwijnen van vervuilende industrie ruimte schept voor nieuwe duurzame productie. Generieke overheidssteun voor een sector, bijvoorbeeld het compenseren van hoge energieprijzen, is dan niet altijd verstandig vanuit de brede welvaart gezien. Innovatieve duurzame productieprocessen vormen een belangrijke motor voor de opbouw van een groene industrie. 

  1. De Europese Unie is nodig voor het borgen van strategische autonomie en het voorkomen van koolstofweglek. In hoeverre de Nederlandse bedrijven bijdragen aan strategische autonomie, hangt sterk af van het specifieke product. De EU kan strategische autonomie en het voorkomen van koolstofweglek borgen via verordeningen over im- en export.  

  1. De infrastructuur voor energie en grondstoffen moet op orde zijn. Onzekerheid over de structuur en omvang van de industrie geeft onzekerheid over daarvoor benodigde infrastructuur.  

Aanbevelingen

Met deze inzichten komt de WKR tot de volgende aanbevelingen die leiden tot een toekomstbestendige energie-intensieve industrie: 

  1. Bepaal zo snel mogelijk de industrietakken die passen in een klimaatneutraal, klimaatbestendig, veilig en concurrerend Nederland en voer daarop consistent beleid.  

  1. Beschouw de transformatie naar een duurzame industrie als een brede maatschappelijke opgave. 

  1. Geef de industriële transformatie vorm in gebiedsvisies van nieuwe én bestaande duurzame industrieclusters, en maak deze leidend bij keuzes over nieuwe infrastructuur. 

  1. Dek de risico’s rond investeringen in energie- en grondstoffeninfrastructuur publiek af. 

  1. Zet in op het handhaven van minimaal het huidige ETS-reductiepad naar nul nieuwe emissierechten na 2040 en sluis de opbrengsten via een duurzame-industriefonds terug naar de verduurzaming van de sector.  

  1. Richt de grondslag van de belasting voor de energie-intensieve industrie zo in dat klimaatkosten worden beprijsd. 

  1. Stimuleer vraagcreatie voor CO2-neutrale materialen via normering door een bijmengverplichting te introduceren en door producteisen te stellen. 

  1. Creëer een duurzame-industriefonds dat nieuwe bedrijven en transformatieve ombouw van bestaande bedrijven met subsidies, leningen of participatie helpt.  

Feiten en cijfers over de energie-intensieve industrie

Bij het advies is ook een achtergrondrapport ‘Feiten en Cijfers’ opgesteld, ter ondersteuning van het advies. Het geeft achtergrondinformatie en data over de staat van de huidige energie-intensieve industrie per subsector, de internationale context van deze industrie, een overzicht van voor het advies relevante bestaande industrievisies en de ontwikkeling van energieprijzen in Nederland, Europa en daarbuiten op basis van recente wetenschappelijke en grijze literatuur.  

Betrokken raads- en stafleden

Samenstelling commissie:

Samenstelling projectteam: