Circulair versterkt

Duurzaam materiaalgebruik voor een klimaatneutrale samenleving

Op 26 maart 2026 heeft de Wetenschappelijke Klimaatraad het advies ‘Circulair versterkt' gepubliceerd. Het advies gaat in op de vraag welk beleid noodzakelijk is om de klimaatimpact van het materiaalgebruik te verminderen, en wat de randvoorwaarden voor de effectiviteit van dit beleid zijn. Kern van het advies: verbreed de kijk op circulair beleid door te starten met de vraag hoe we kunnen voorzien in maatschappelijke behoeftes met minder of duurzamere materialen.  

Beeld: WKR

Cruciaal voor klimaat 

Het gebruik van materialen zorgt voor bijna 40% van de Nederlandse klimaatimpact wereldwijd. Vooral materialen zoals staal, beton, textiel en kunststoffen zorgen voor veel uitstoot van broeikasgassen. We gebruiken deze materialen onder andere in woningen, auto's, plastic verpakkingen en kleding. Een circulaire economie vermindert deze uitstoot en maakt ons ook minder afhankelijk van andere landen. 

Functiegericht en productiegericht beleid 

De WKR adviseert om voor productgroepen die veel broeikasgassen uitstoten functiegericht én productiegericht beleid te ontwikkelen. Functiegericht beleid stuurt op het invullen van behoeften met minder en/of duurzamere producten. Productiegericht beleid stuurt op het maken van producten met minder en/of duurzamere materialen. Het is goed om per productgroep meetbare langetermijn- en tussentijdse doelen te bepalen, effectieve instrumenten en adequate financiële middelen in te zetten om die doelen te halen. 

De WKR heeft dit advies uitgewerkt voor vier productgroepen: auto’s, woningen, plastic verpakkingen en kleding. 

Beeld: WKR

Auto's 

  • Productiegericht beleid leidt tot het produceren van minder zware auto’s met duurzame materialen, bijvoorbeeld door de CO2-uitstoot die ontstaat bij de productie te belasten.
  • Functiegericht beleid zorgt dat mensen hun bestemming zonder auto kunnen bereiken met openbaar vervoer, de fiets en deelvervoer.

Woningen 

  • Productiegericht beleid stuurt op bouwen met duurzame materialen, bijvoorbeeld met hout. De MilieuPrestatie Gebouwen speelt hier een belangrijke rol in.
  • Functiegericht beleid zet in op ander gebruik van bestaande gebouwen: optoppen, splitsen, transformeren. 

Plastic verpakkingen 

  • productiegericht beleid houdt bijvoorbeeld in subsidiëren van de productie van circulaire plastics en het verplicht stellen van een percentage recyclaat in verpakkingen.
  • functiegericht beleid gaat over het stimuleren van de verkoop van verpakkingsloze en –arme producten en een heffing op niet-duurzame verpakkingen.  

Kleding  

  • Productiegericht beleid is hier het produceren van kleding met een langere levensduur door bijvoorbeeld normen voor een groter aandeel gerecyclede vezels te introduceren.
  • Functiegericht beleid zorgt ervoor dat mensen minder nieuwe kleding kopen door bijvoorbeeld reparatievouchers verplichte retourkosten bij online koop te introduceren.

Randvoorwaarden 

Het is nodig om financiering toegankelijker te maken voor circulaire ondernemers. Financiële instellingen moeten circulaire kansen beter meewegen in financieringsbeslissingen. De toezichthouders kunnen hier een belangrijke rol in spelen. De financiële sector is nu sterk ingericht op lineaire bedrijfsmodellen: bedrijven die steeds nieuwe grondstoffen gebruiken. Ook ontbreekt vaak kennis van circulaire bedrijfsmodellen in de financiële sector.  

Momenteel is er nog weinig expliciete aandacht voor rechtvaardigheid in het circulaire-economiebeleid. Het circulaire- economiebeleid moet niet onevenredig zwaar drukken op groepen met minder geld. Het voeren van productbeleid kent risico’s op hogere prijzen voor meerdere productgroepen. Het is van belang om alternatieven voor niet-duurzame producten en diensten voor iedereen in de samenleving toegankelijk te maken. Er kan ook compensatie nodig zijn, bijvoorbeeld via de inkomstenbelasting. 

Tenslotte moet de coördinerende rol van het Rijk versterkt worden. Hiervoor is nodig (1) dat structurele en grotere financiering voor het circulaire economiebeleid komt, (2) dat alle betrokken ministeries verantwoordelijkheid krijgen voor het behalen van de doelen, (3) dat de monitorings- en verantwoordingscyclus in de wet wordt vastgelegd en (4) dat er een sterker mandaat voor de verantwoordelijke bewindspersoon bij interdepartementale besluitvorming is. 

Betrokken raads- en stafleden

Samenstelling commissie:

Samenstelling projectteam: