Een gouden kans?
Column van Jan Willem Erisman
Het is Prinsjesdag. Als inwoner van Den Haag kan ik er niet omheen. Op de fiets manoeuvreer ik langs afgezette wegen met grote zwarte barricades, paardenstront op de weg en heel veel blije mensen met vlaggetjes. Een kleurrijk tafereel. De mensen langs de route van de koets met de koning en de koningin gaan tot het uiterste om een glimp op te vangen van het koninklijk paar. Het is ook de dag dat de begroting gepresenteerd wordt, vol trots door de minister van Financiën in het ‘koffertje’. Het slot van het koffertje was er al een dag na het kabinetsakkoord af. Dat was snel en de vraag is waar het lek zat. Het is ook de vraag waar het geld vandaan moet komen om alle uitgaven te dekken. Dit stemt minder blij.
Deze dag brengt nog andere, minder opwekkende berichten. Het Planbureau voor de Leefomgeving presenteert de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) en de Raad van State beoordeelt de klimaatplannen van het kabinet. Beide documenten ademen weinig hoop. Twee jaar geleden was er nog een kans om de klimaatdoelen voor 2030 te halen. Nu? De 55% gaan we niet halen, al komen we wel dicht in de buurt. Zorgelijker is dat de doelen voor 2040 en 2050 met het huidige beleid niet worden gehaald. Ook de Raad van State geeft het klimaatbeleid een onvoldoende.
En alsof dat nog niet genoeg is, werd Nederland deze zomer hard met de neus op de feiten gedrukt. Bloedhitte, natuurbranden, extra hittedoden: de gevolgen van klimaatverandering zijn niet langer toekomstmuziek maar harde realiteit. Toch zien we geen extra inspanningen van het kabinet om de CO₂-uitstoot drastisch te verminderen. Integendeel, de druk op de industrie wordt verlicht en mogelijk worden de kolencentrales na 2030 opengehouden. Als we bij elk tegenwindje klimaatmaatregelen afzwakken, komen we nergens.
Het is opvallend: de politiek lijkt niet langer gemotiveerd door klimaatdoelen. Sterker nog, er is een tendens om het woord duurzaamheid of klimaatcrisis helemaal te vermijden. Alsof we door er niet over te praten het probleem kleiner maken. Maar de zorgen bij burgers zijn niet afgenomen; ze verwachten juist meer actie van de overheid.
En de politiek? Die heeft momenteel andere prioriteiten. Door oorlogen stijgen de energieprijzen, de gasvoorraden zijn op een dieptepunt en de begroting is nog lang niet rond. Hierdoor zetten we in op weerbaarheid en strategische autonomie – een samenleving die schokken kan opvangen, dreigingen kan pareren en crises het hoofd kan bieden. En hier ligt een gouden kans. Want een weerbare samenleving, dat is precies wat we nodig hebben voor het klimaat. Denk aan eigen producten en duurzame innovaties, meer recyclen en zuinig omgaan met water, biodiversiteit en energie.
Waarom niet een weerbaarheidsfonds reserveren voor de komende twintig jaar? Met een eigen commissaris die verantwoordelijk is voor de uitvoering? De benaming weerbaarheid klinkt aansprekend, maar woorden alleen zijn niet genoeg. Uiteindelijk moeten we overgaan tot actie om ervoor te zorgen dat de volgende generaties vrolijk en weerbaar Prinsjesdag kunnen blijven vieren in een niet al te extreem klimaat.